» 
alemán árabe búlgaro checo chino coreano croata danés eslovaco esloveno español estonio farsi finlandés francés griego hebreo hindù húngaro indonesio inglés islandés italiano japonés letón lituano malgache neerlandés noruego polaco portugués rumano ruso serbio sueco tailandès turco vietnamita
alemán árabe búlgaro checo chino coreano croata danés eslovaco esloveno español estonio farsi finlandés francés griego hebreo hindù húngaro indonesio inglés islandés italiano japonés letón lituano malgache neerlandés noruego polaco portugués rumano ruso serbio sueco tailandès turco vietnamita

definición - Oost-Timor

definición de Oost-Timor (Wikipedia)

   Publicidad ▼

diccionario analógico

Wikipedia

Oost-Timor

                   
Republika Demokratika Timor Lorosa'e
República Democrática Timor-Leste
Republik Demokrat Timor-Leste
Flag of East Timor.svg Wapen van Oost-Timor
(Details) (Details)
Oost-Timor
Basisgegevens
Officiële landstaal officiële en nationale taal: Tetun, officiële taal: Portugees, werktalen: Engels en Indonesisch
Hoofdstad Dili
Regeringsvorm Republiek
Religie Katholiek 98%, Protestant 1%, Islam <1%[1]
Oppervlakte 14.874 km² [2] (-% water)
Inwoners 924.642 (2004)[3]
1.131.612 (2009)[4] (76,1/km² (2009))
Overige
Volkslied Pátria Pátria
Munteenheid Amerikaanse Dollar en Centavos (alleen munten) (###)
UTC +9
Web | Code | Tel. .tl | TLS | 670
Voorgaande staten
Indonesië Indonesië 2002 (Onafhankelijk van Indonesië)
Topografie
Oost-Timor
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

De Democratische Republiek Oost-Timor of Timor-Leste (Tetun: Timór Lorosa'e, Portugees: Timor-Leste) is een land in Zuidoost-Azië of, afhankelijk van de definitie, in Oceanië. Het land bestaat uit de oostelijke helft van het eiland Timor, de eilanden Atauro en Jaco, en Oecussi-Ambeno, een politieke exclave van Oost-Timor, aan de westelijke zijde van het eiland, omsloten door West-Timor. West-Timor behoort tot Indonesië.

Vóór de erkenning van onafhankelijkheid op 20 mei 2002 was Oost-Timor 24 jaar lang met harde hand bezet door Indonesië. Toen Oost-Timor in 2002 lid werd van de Verenigde Naties, koos het voor zijn Portugese naam Timor-Leste.

Etymologisch gezien is de naam Timor voor het hele eiland een verbastering van het Maleise timur dat "oost" betekent. De Indonesische naam voor Oost-Timor, Timor Timur, betekent letterlijk het "oostelijke oosten". Deze naam wordt in Indonesië vaak weergegeven met het acroniem Timtim.

Inhoud

  Districten

1rightarrow.png Zie Bestuurlijke indeling van Oost-Timor voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oost-Timor is verdeeld in 13 districten die op hun beurt weer zijn verdeeld in sub-districten. De districten zijn: Lautém, Baucau, Viqueque, Manatuto, Dili, Aileu, Manufahi, Liquiçá, Ermera, Ainaro, Bobonaro, Cova Lima en Oecusse.

  Taal

In het oostelijk deel van Oost-Timor is het Fataluku de algemene omgangstaal geworden. Elke groep heeft daarnaast nog een andere taal. In bepaalde dorpen wordt het Makoewa gesproken. Deze heel andere taal is recent in het dorp Mehara in kaart gebracht door onderzoeker Van Engelenhoven van de Rijksuniversiteit Leiden.

  Geschiedenis

  Vroege geschiedenis

Geschat wordt dat de eerste mensen zich op Timor vestigden tussen 40.000 en 20.000 voor Chr. De eerste bevolking vestigde zich op Timor als deel van de migratiestroom die in die tijd plaatsvond in Oceanië of beter Australazië. De eerste bewoners waren Australiden. Later (rond 3.000 voor Chr.) vestigden zich Melanesiërs op Timor, weer later gevolgd door Maleisiërs. Deze laatste groep was afkomstig uit het zuiden van China en het noorden van Indochina. De eerste bewoners vluchtten de bergen in het binnenland in en een groot deel woont daar nog steeds. Deze eerste bewoners lijken op Aboriginals.

De Timorezen leefden vrij geïsoleerd. De bevolking bestond niet uit zeevaarders, maar uit op land gerichte mensen. Daardoor was er vrijwel geen contact met andere bewoners in de regio. Contact met mensen buiten het eiland was er via zeevarende naties zoals China en India, waarmee Timor handel dreef in metaal, rijst, textiel, specerijen, sandalhout, bijenwas en slaven.

In de 16de eeuw verschenen de eerste Europeanen. Deze eerste Europese bezoekers meldden dat het eiland bestond uit kleine koninkrijkjes (stammen) met hun eigen leiders.

  Kolonisatie

  Standbeeld van Jezus in hoofdstad Dili

In het begin van de 16de eeuw arriveerden de Portugezen op Timor. Ze vestigden er handelsposten. Eind 16e eeuw volgden de Nederlanders. Beide landen waren vooral geïnteresseerd in de handel in specerijen. Portugese missionarissen stichtten in 1556 het dorp Lifau.

In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de Indonesische Archipel gaan overheersen met uitzondering van de oostelijke helft van Timor, waar de Portugezen de macht grepen. In 1702 werd Oost-Timor een kolonie van Portugal onder de naam Portugees-Timor. De Portugezen introduceerden grootschaliger landbouw in Oost-Timor van onder ander maïs en koffie. Met behulp van Portugese musketten begonnen de Timorezen ook meer te jagen. De Portugezen introduceerden het Katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijsstelsel. In de kerk en de handel werd Portugees de eerste taal.

De eerste Portugese Gouverneur arriveerde in 1702: António Coelho Guerreiro. Lifau werd de hoofdstad. De Portugezen werkten nauw samen met plaatselijke leiders (stamhoofden) om de macht te behouden. In 1767 werd Dili de hoofdstad van Portugees-Timor. Met de Nederlanders, die de hele Indonesische Archipel willen beheersen, werd in 1859 het Verdrag van Lissabon gesloten, waarbij Oost-Timor in Portugese handen bleef. Met dit verdrag werd ook de grens tussen Oost- en West-Timor vastgesteld. De definitieve grens werd in 1916 formeel vastgesteld in Den Haag. Deze vormt vandaag de dag nog steeds de grens tussen Oost-Timor en het Indonesische West-Timor.

De Portugezen zagen Timor lange tijd louter als handelspost tot de eigen economie begin 20ste eeuw instortte. Toen probeerden ze meer winst te halen uit hun koloniën en stuurden troepen naar Oost-Timor. Hierdoor groeide het verzet tegen de Portugese overheersing. Zo'n 3.000 rebellen vonden de dood in die periode.

  Tweede Wereldoorlog

In 1941 werd Oost-Timor ingenomen door Nederlandse en Australische troepen om Oost-Timor te beschermen tegen een inval van Japan in de Tweede Wereldoorlog. In februari 1942 vond er toch een Japanse invasie plaats, waarbij de Nederlanders en Australiërs kansloos waren. Timor werd deel van Japan. Een paar honderd Australische en Nederlandse soldaten begonnen een guerrilla, daarbij geholpen door de Timorezen. Uiteindelijk vertrokken de soldaten en lieten Timor aan zijn lot over, waarna de Japanners wraak namen op de inheemse bevolking. Geschat wordt dat de bezetting door Japan zo'n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven heeft gekost. Na de oorlog lag de economie in puin en kampte Timor met hongersnood.

  Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog meldden de Portugezen zich weer. In 1948 werd West-Timor deel van het dan onafhankelijke Indonesië, maar Oost-Timor bleef in Portugese handen. Portugal probeerde de economie nieuw leven in te blazen, maar stuitte op steeds meer binnenlands verzet. Portugal droeg de zorg voor het onderwijs aan de Katholieke kerk over, om zich meer op de economie te richten. Hierdoor zou het katholicisme zich sterk verbreiden. Het onderwijsstelsel verbeterde ook nadat het in kerkelijke handen was overgegaan. Helaas profiteerden maar weinig inwoners van dit schoolstelsel; in de jaren zeventig telde Oost-Timor nog ruim 90% analfabeten. De kleine geschoolde elite zou later de onafhankelijkheidsstrijd tegen Indonesië leiden.

  Dekolonisatie

In 1974 vond in Portugal de Anjerrevolutie plaats. De Portugese dictatuur maakte plaats voor democratie. Het nieuwe regime koos voor dekolonisatie van de Portugese koloniën Mozambique, Angola, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor. Vanaf april 1974 werden de eerste Timorese politieke partijen toegelaten. Er kwamen er drie naar voren. Eén partij wilde de volledige onafhankelijkheid, één wilde een protectoraat onder Portugal en de derde wilde aansluiting bij Indonesië. De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, streden om de stemmen en er volgde een korte burgeroorlog. De onafhankelijkheidspartij riep zichzelf in 1975 tot winnaar uit en de onafhankelijkheid volgde nog dat jaar op 28 november 1975.

  Indonesische overheersing

Iets meer dan een week na het uitroepen van onafhankelijkheid, op 7 december 1975, viel Indonesië Oost-Timor binnen. Er volgde een bloedige strijd die in 1976 beslecht werd in het voordeel van Indonesië. Het maakte Oost-Timor tot de 27ste provincie van Indonesië en noemde het voortaan Timor Timur. De Verenigde Naties zouden deze annexatie nooit erkennen. Ondanks het verzet van de Verenigde Naties kreeg Indonesië de steun van de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk die verwachtten dat Indonesië de regio zou stabiliseren.

Na de overwinning van Indonesië was Oost-Timor echter decennialang het toneel van bloedige gevechten, executies, martelingen en hongersnood. Hoewel de Verenigde Naties aandacht vroegen voor de leefsituatie in Oost-Timor, drong dit niet door tot de internationale gemeenschap. Dat veranderde op 12 november 1991 met het Bloedbad van Santa Cruz. Bij een vreedzame demonstratie kwamen ongeveer 250 jongeren om toen Indonesische militairen zonder waarschuwing het vuur openden. De Indonesische overheid verklaarde aanvankelijk dat bij dit 'incident' 12 tot 19 studenten waren omgekomen. Nader onderzoek, onder andere door Amnesty International, toonde een veel hoger aantal jeugdige slachtoffers aan. Ook bleken in de dagen volgend op dit drama nog eens zeker 200 jongeren te zijn omgebracht in het ziekenhuis en op de politiebureaus, wat het totaal aantal doden op rond de 450 bracht. Filmbeelden van dit bloedbad, gemaakt door buitenlandse journalisten, gingen de hele wereld over.[5]

  Onafhankelijkheid in 2002

In 1998 trad president Soeharto gedwongen af. Onder binnenlandse en buitenlandse druk stemde zijn opvolger, Habibie, in met het houden van een referendum, waarin Oost-Timor de keuze kreeg tussen óf meer zelfbestuur binnen Indonesië óf de volledige onafhankelijkheid. Dit referendum vond plaats op 30 augustus 1999. Ondanks intimidaties door het Indonesische leger en de pro-Indonesische milities stemde 78,5% van de bevolking vóór onafhankelijkheid. Direct na het bekend worden van de uitslag, trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten. De VN evacueerden al hun personeel en lieten de bevolking aan hun lot over. Driekwart van de bevolking sloeg op de vlucht of werd gedwongen gedeporteerd naar het Indonesische West-Timor. Zeker 2.000 mensen werden gedood. De opstandelingen vernietigden bijna de hele infrastructuur en staken steden in brand. Een methode die ook in het hedendaagse Oost-Timor nog vaak wordt toegepast door rivaliserende bendes.

  INTERFET in Oost-Timor in 2000

Op 20 september 1999 arriveerde de INTERFET (International Force for East Timor) onder leiding van Australië. Het Indonesische leger trok zich terug en vele milities hadden geen andere keus dan te vertrekken naar het Indonesische West-Timor. Op 25 oktober 1999 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1272 aan, waarin de verantwoordelijkheden van de UN Transitional Administration in East Timor (UNTAET) werden vastgesteld. Deze tijdelijke organisatie nam het bestuur over het gebied volledig over, inclusief de rechtspraak, waarmee het één van de meest vérstrekkende VN-missies aller tijden was. De internationale troepenmacht kondigde aan de misdadigers te vervolgen, maar hiervan kwam nauwelijks iets terecht.

In 2002 vertrok de internationale troepenmacht en werd Oost-Timor onafhankelijk. Timor-Leste, zoals Oost-Timor zichzelf noemt, werd internationaal erkend. De bezetting door Indonesië heeft aan ongeveer 200.000 tot 250.000 Timorezen (1/4 tot 1/3 van de bevolking) het leven gekost.

Xanana Gusmão werd gekozen tot eerste president van het land.

  De crisis van 2006

In april 2006 braken er rellen uit in Dili. Er bestond toen al langere tijd onvrede bij leger en politie, omdat er sprake zou zijn van discriminatie. Nadat de helft van het leger ontslagen was, sloeg het leger aan het muiten. Deze muiterij sloeg over naar de politie. Tijdens de rellen werden 40 mensen gedood en sloegen 20.000 mensen op de vlucht richting West-Timor. In mei raakten pro-regeringstroepen slaags met de ontevreden muiters. Omdat leger en politie niet of nauwelijks functioneerden, konden ondertussen bendes hun gang gaan. Er werd geplunderd, brand gesticht en gemoord, bijna een herhaling van 1999. De minister-president Mari Alkatiri vroeg de internationale gemeenschap om hulp. Hierop stuurden Australië, Maleisië, Nieuw-Zeeland en Portugal troepen naar het eiland in de hoop de rust te herstellen. Op 26 juni 2006 trad de minister-president af. Hij werd opgevolgd door José Ramos-Horta op 8 juli 2006. Vlak daarna liet president Xanana Gusmão weten dat hij niet meer beschikbaar was voor een nieuwe termijn. In de aanloop naar de presidents-verkiezingen in april 2007 laaide het geweld weer op. Uiteindelijk won minister-president José Ramos-Horta de verkiezingen op 20 mei 2007. Gusmão, de voormalige president, werd benoemd tot minister-president op 8 augustus 2007. Kortom: Gusmão en José Ramos-Horta hadden van plaats gewisseld. Ramos-Horta raakte op 11 februari 2008 zwaar gewond bij een aanslag op zijn leven. Deze aanslag werd gepleegd door Alfredo Reinado, een gevluchte soldaat die - naar later zou blijken - een coup had voorbereid. Reinado kwam om tijdens de aanslag. Ook op minister-president Gusmão werd een aanslag gepleegd, maar hij bleef ongedeerd. De Australische regering stuurde in 2008 meer troepen naar Oost-Timor. Oost-Timor heeft, naar het zich medio 2008 laat aanzien, nog een lange weg te gaan, voor er sprake is van stabiliteit.

Het land wordt geplaagd door bendes die terug te voeren zijn op de onafhankelijkheidsstrijd uit de jaren zeventig. Deze bendes bestrijden elkaar en passen wederzijds de tactiek van de verschroeide aarde toe. In de hoofdstad Dili zijn duizenden huizen in vlammen opgegaan, de inwoners wonen veelal in tenten. Er zijn nog steeds tienduizenden mensen op de vlucht voor bende-gerelateerd geweld.

  Economie

Oost-Timor heeft ook op economisch gebied zwaar te lijden gehad onder de onafhankelijkheidsstrijd. Oost-Timor is met een BBP per hoofd van de bevolking van 400 dollar een van de armste landen ter wereld. De werkloosheid zou er 50% bedragen. De oliebronnen voor de kust van Oost-Timor bieden echter perspectief op meer welvaart in de toekomst. Over de oliewinning zijn afspraken gemaakt met Australië.

Tegen het einde van 1999 is ongeveer 70% van de economische infrastructuur van Oost-Timor vernield door de Indonesische troepen en anti-onafhankelijkheidsmilities, zodat meer dan 300.000 mensen westwaarts vluchtten. De volgende drie jaren werd een groot internationaal programma in gang gezet, met ongeveer 5.000 vredestroepen (8.000 top) en 1.300 politieagenten, die voor zowel de reconstructie van stedelijke gebieden als de plattelandsgebieden moesten zorgen.

Sinds het einde van 2005 zijn alle vluchtelingen teruggekeerd of verhuisd naar Indonesië. Het land staat voor grote uitdagingen in het voortzetten van het herbouwen van de infra-structuur, het versterken van het jonge burgerlijke beleid, en banen creëren voor jonge mensen. De ontwikkeling van olie- en gaswinning in nabijgelegen wateren is begonnen en mede door de hoge olieprijzen gaat dit voorspoedig. Omdat er geen productiefaciliteiten in Timor zijn, levert dit echter weinig banen op. Het gas gaat door buizen naar Australië, waar het verder verwerkt wordt.

De uitbraak halverwege 2006 van geweld en burgerlijke onrust zorgde ervoor dat de economische activiteiten weer afnamen. Mede daardoor wordt de echte non-olie groei van het BBP in 2006 negatief ingeschat. Veel van de vredestroepen zijn vervangen door VN-agenten/-soldaten. Australië heeft na de aanslagen op de president en minister-president van Oost-Timor in 2008 nieuwe troepen gestuurd.

Hoewel Oost-Timor toeristische potentie heeft, is het toerisme door de rellen vrijwel non-existent. Het reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de CIA is in 2008 negatief. Naar aanleiding van de aanslagen op president Ramos-Horta en minister-president Gusmão werd de noodtoestand afgekondigd en een avondklok ingesteld. Op 22 april 2008 werd de noodtoestand opgeheven met uitzondering van het district Emera. De algemene veiligheidssituatie in Oost-Timor is instabiel. De politieke, economische en sociale verhoudingen zijn slecht, hierdoor doen zich regelmatig ongeregeldheden voor vooral in en rond Dili en in de grensgebieden met West-Timor. Toeristen - voor zover die er al zijn - wordt verder aangeraden demonstraties en grote bijeenkomsten te mijden. Ook het transport en de accommodaties zijn zeer beperkt, als ze al aanwezig zijn. De infrastructuur in Oost-Timor, vooral buiten Dili, is zeer gebrekkig. De wegen zijn heel erg slecht en in het regenseizoen (december – april) onbegaanbaar. Er is vrijwel geen straatverlichting, de elektriciteit valt regelmatig uit en er is veel criminaliteit met name na zonsondergang. De criminaliteit wordt vooral veroorzaak door jeugdbendes. Ook vindt er piraterij plaats in de zee rond Timor.

  Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

   
               

   Publicidad ▼

 

todas las traducciones de Oost-Timor


Contenido de sensagent

  • definiciones
  • sinónimos
  • antónimos
  • enciclopedia

  • begripsbepaling
  • synoniem

   Publicidad ▼

Investigaciones anteriores en el diccionario :

4586 visitantes en línea

computado en 0,078s

   Publicidad ▼